Heading met logo van Anna Timmerman VZW

Home Wat is AT? Wat is doofblindheid? Communicatie met doofblinden Lorm T-shirt Inktpatronen, GSM's & ICT-materiaal Download folder Nieuws Contact Documenten VrijwilligersInternationaal LinksWord lid!  

Wat is doofblindheid?

Doofblindheid is een verzamelnaam voor alle varianten in de combinatie slechtziendheid/blindheid en slechthorendheid/doofheid. De meeste "doofblinden" zijn niet zowel volledig doof als volledig blind, maar hebben nog enig restgehoor en/of enige restzicht. Hierdoor hebben ze moeite om zich te associëren met de term "doofblind" omdat ze minstens over één van beide zintuigen beschikken, al is het in beperkte mate.

Doofblinden komen in principe dezelfde beperkingen tegen als doven en blinden, maar door de dubbele handicap zijn de beperkingen groter en ook lastiger op te lossen. De bekendste doofblinde is Helen Keller.

Congenitale doofblindheid

Over kinderen en jongeren die doofblind geboren worden…

Wie doofblind wordt geboren, is anders uitgerust om de wereld en de mensen te leren kennen dan een baby die goed hoort en ziet. Niet alle congenitaal doofblinde kinderen zijn volledig doof en totaal blind.

De zintuiglijke beperkingen (visus en gehoor) komen voor in verschillende gradaties, maar altijd in combinatie met elkaar.

Dus het kan gaan om een samengaan van:
Doof + blind / Doof + slechtziend / Slechthorend + blind / Slechthorend + slechtziend.

Naast de zintuiglijke beperkingen kunnen sommige doofblinde kinderen ook bijkomende problemen hebben zoals onder andere een verstandelijke beperking, een leerstoornis of een motorische stoornis. Voegen we daarbij ook voor vele kinderen met doofblindheid nog de moeilijke start in het leven, omwille van medische en gezondheidsredenen, dan is het logisch dat hun ontwikkeling niet vanzelfsprekend is en dat ze hun aangeboren mogelijkheden enkel kunnen waarmaken dankzij heel veel liefdevolle nabijheid, geduld en een specifieke aanpak.

Een kind dat doofblind wordt geboren, heeft geen besef van andere mensen of van de dingen rondom zich. En het krijgt hierover slechts enige informatie als de anderen zelf het kind benaderen. Zoniet blijft het volledig verstoken van de mogelijkheden om met zijn omgeving in interactie te gaan. Interactie en communicatie vormen nochtans de basis voor alle verdere ontwikkeling.

Hoe kan een kind/jongere met congenitale doofblindheid zijn mogelijkheden optimaal ontwikkelen en op een actieve manier meeschrijven aan zijn eigen levensverhaal ?

Vooreerst proberen we alle tekorten optimaal te ondersteunen. In het bijzonder hebben we aandacht voor de revalidatie van de visus en het gehoor. Ook doofblinde kinderen kunnen bijvoorbeeld een C.I. krijgen. Dit kan heel wat oplossingen bieden op vlak van ‘afstand’ overbruggen.

Maar ondanks het intens stimuleren van het gehoor blijven deze kinderen, mede door de combinatie met de visuele problematiek en door hun specifieke manier van waarnemen, toch als doofblinde persoon in de wereld staan. Ook de restvisus wordt optimaal gestimuleerd. Zo kunnen zwaar slechtziende doofblinde kinderen in de eerste jaren van hun leven de indruk geven totaal blind te zijn, maar dankzij intense visustraining kunnen zij hun onmiddellijke omgeving op de duur ook op basis van visuele prikkels verkennen. Maar ook al is er nog restvisus en restgehoor, toch blijft het verwerven van informatie op die manier zeer vermoeiend en hoogst onvolledig, Er is dus altijd nood aan het tactiele kanaal om op een comfortabele manier deel te kunnen nemen aan interacties en om een overzicht te verkrijgen over de omgeving.

Het spreekt vanzelf dat er veel tijd nodig is en veel herhaling om via opeenvolgende tactiele indrukken een totaalbeeld te verwerven. Wat wij in één oogopslag kunnen zien, moet door een doofblind kind via de tast fragmentarisch en successief worden opgebouwd. Dit vraagt heel wat inspanning en verstandelijke arbeid. Ook het verwerven van inzichten zal daardoor minder snel tot stand komen.

Daarbij telt ook het principe van de voorkeursmodaliteit. Sommige doofblinde personen geven bijvoorbeeld de voorkeur aan het ene zintuig voor expressie en aan een ander zintuig voor informatieverwerving. En dit kan ook nog verschillen van de ene context tot de andere, afhankelijk van het feit of het om een nieuwe of om een vertrouwde situatie gaat. Dit is een van de kernkenmerken van doofblindheid en maakt deel uit van hun identiteit.

Hoe ontwikkelt er zich communicatie ?

Ook doofblinde baby’s worden geboren met een natuurlijke aanleg tot sociale interactie. En ze hebben spontaan interesse voor prettige en beklijvende ervaringen. Maar doordat de volwassenen in hun omgeving anders zintuiglijk in de wereld staan, is het niet gemakkelijk om wederzijdse afstemming te bereiken en een soepele beurtneming te ontwikkelen om deze ervaringen met elkaar te delen.

Er is dus nood aan specifieke strategieën om het communicatieproces bij doofblinde kinderen op gang te brengen en langzaamaan tot ontwikkeling te laten komen.

Doofblinde kinderen zijn al heel jong in staat om hun ervaringen te representeren onder de vorm van een persoonlijke geste. Dergelijke gestes, die veelal teruggaan op tactiele gewaarwordingen, zijn echter dikwijls moeilijk herkenbaar voor ons, horende/ziende volwassenen. Daarbij zien we vaak hun subtiele uitingen niet, waarmee ze hun aandacht op de gesprekspartner richten. We zien dus niet hoe zij, anders dan met de visus, gedeelde aandacht nastreven. Gedeelde aandacht is nochtans een voorwaarde om over hun ervaringen in ‘gesprek’ te kunnen gaan.

Een van de grootste uitdagingen is wel om bij de doofblinde persoon innerlijke taal te ontwikkelen. Want communiceren betekent meer dan informeren of woordjes leren.

Daarom is het belangrijk om natuurlijke leersituaties te creëren waarin het kind in interactie met de volwassene zijn behoeften, ervaringen, interesses, gevoelens,… leert uit te drukken. Daarom moet de volwassene aanwezig zijn in de waarneming, om op te merken hoe het doofblinde kind ervaringen opdoet en om te hypothetiseren hoe het deze wellicht in zijn geheugen zal opslaan en dus achteraf misschien representeren. Om dit leerproces op gang te brengen is er veel herhaling nodig, vooral met vertrouwde interactiepartners die ook aanvoelen wat de volgende uitdaging voor de persoon met doofblindheid kan inhouden. Een doofblind kind leert namelijk niets op een informele manier, ook niet van leeftijdsgenootjes.

Daardoor is er in elk geval de nood aan levenslang leren. Een leven lang opdoen van nieuwe ervaringen; een leven lang aanbieden van nieuwe uitdagingen. Uitdagingen moeten inderdaad door derden worden aangebracht, want een persoon met doofblindheid kan de nieuwigheden niet inschatten op hun waardevolheid of zinvolheid. Zijn wereldbeeld is ook te beperkt om zelf nieuwe ervaringen te ‘bedenken’ (vb. eens gaan paardrijden; eens binnenstappen in een kunstgalerie; een spelletje uno; lid worden van een wandelclub; koffie gaan drinken op de markt; …) en dus moet iemand anders dat doen voor hen.

Het is dus aan de personen uit de omgeving van doofblinde kinderen/jongeren om hun wereldbeeld uit te breiden door hen goedgekozen ervaringen aan te bieden en hierbij rekening te houden met hun voorkeursmodaliteit. Geen enkel onderwerp moet hierbij uit de weg gegaan worden, zolang men er maar in slaagt om dit voor een doofblinde persoon toegankelijk te maken.

(Tekst: Annie D. & Marlène D.)

Verworven doofblindheid

Vroeg verworven doofblindheid ontstaat op jeugdige of jong-volwassen leeftijd en kan erfelijk bepaald zijn, zoals het Syndroom van Usher en het Neurofibromatose type I.

Het kan ook ontstaan door een trauma of ziekte, zoals hersenvliesontsteking.

Ouderdomsdoofblindheid is doofblindheid die alleen door de (hoge) leeftijd verklaard kan worden. Bij veel mensen gaat in de loop van het leven het gehoor en het gezichtsvermogen langzaam achteruit. Bij sommige mensen gebeurt dat beide in die mate dat de persoon doofblind wordt. Maar ook dove ouderen en blinde ouderen hebben last van deze ouderdomskwalen, en lopen dus een verhoogd risico om langzaam doofblind te worden.

bron: Wikipedia)

Copyright © 2007-2015 Anna Timmerman VZW. Alle rechten voorbehouden